| Ezra Dessers, Danny Vandenbroucke, Glenn, Vancauwenberghe, Lieselot Vanhaverbeke, Katleen Janssen & Joep Crompvoets. 129 p.
Inleiding
Geografische informatie is een belangrijke bouwsteen voor een optimale beleidsvoering. Ongeveer 80% van de informatie die de overheid gebruikt is van ruimtelijke aard. De introductie van Geografische Informatiesystemen (GIS) betekende een belangrijke evolutie in het omgaan met die informatie en met de onderliggende datasets. Waar de focus aanvankelijk lag op het individuele gebruik binnen afzonderlijke organisaties, zien we nu een verschuiving in de richting van het uitwisselen en gezamenlijk gebruiken van geografische data tussen organisaties. De voorbije jaren zijn er verschillende initiatieven genomen om het gebruik en de uitwisseling van geografische data te promoten en te optimaliseren. Naar het geheel van dergelijke initiatieven wordt vaak verwezen met het concept Geografische Data Infrastructuur (GDI). Een GDI kan gedefinieerd worden als het geheel van technologische en niet-technologische maatregelen om het gebruik en de uitwisseling van geografische data te bevorderen.
Probleemstelling
In Vlaanderen zijn er heel wat organisaties die geografische data aanmaken, beheren, verdelen of gebruiken. Om het gebruik en de uitwisseling van geografische data tussen die organisaties te coördineren en te bevorderen zijn er verschillende initiatieven ontwikkeld, waarvan het samenwerkingsverband GDI Vlaanderen ongetwijfeld het meest omvattend is. Maar zowel binnen als buiten dit samenwerkingsverband bestaan er nog talrijke andere initiatieven, gaande van gemeentelijke overleggroepen over thematische uitwisselingsrichtlijnen tot bilaterale overeenkomsten.
Toegang, gebruik en uitwisseling van geografische data zijn echter niet los te bekijken van de werkprocessen van de GDI-deelnemers. De geografische datastromen spelen een rol in het netwerk van werkprocessen binnen en tussen organisaties. De doelstellingen van het GDI op het vlak van geografische datatoegang, -gebruik en -uitwisseling worden dan ook gerealiseerd binnen de organisaties en hun werkprocessen. Een beter begrip van die werkprocessen en de context waarbinnen ze hun plaats vinden kan bijdragen aan een succesvolle GDI-ontwikkeling. De vraag is immers of het hele netwerk van werkprocessen waarbinnen de GDI gerealiseerd wordt, adequaat georganiseerd is om de GDI-doelstellingen van datatoegang, -gebruik en -uitwisseling te faciliteren.
Achtergrond
Dit onderzoek maakt deel uit van het SPATIALIST-onderzoeksproject, dat wil nagaan wat de vereisten zijn voor de verdere ontwikkeling van een succesvolle GDI in Vlaanderen. Het multidisciplinaire karakter kan gezien worden als een erkenning van de complexiteit en veelzijdigheid van een GDI. Niet alleen op technologisch vlak, maar ook op organisatorisch, economisch, juridisch en inter-organisatorisch vlak zijn inspanningen vereist om tot een goed functionerende GDI te komen. Het SPATIALIST-project wil bijdragen tot het in kaart brengen van die vereisten, en inzicht verschaffen in de mogelijke realisatie er van. Dit gebeurt via verschillende onderzoeksactiviteiten. Dit rapport kan beschouwd worden als het onderzoeksverslag van een van die activiteiten. Bovendien wil SPATIALIST op basis van de onderzoeksresultaten het GDI-debat in Vlaanderen voeding geven en stimuleren.
Zo werd eerder via een brede bevraging door middel van een websurvey een kwantitatieve verkenning uitgevoerd van het gebruik en de uitwisseling van geodata in Vlaanderen. Voorliggend rapport maakt deel uit van het kwalitatieve luik van het onderzoek, waarbij case studies de basis vormen voor een meer diepgaande analyse.
Besluit
De resultaten van de casestudie lijken aan geven dat volgende kenmerken van de GDI-configuratie bijdragen aan de GDI-performantie van het adres-subproces.
(1) INPUT: Een productie-georiënteerd beleid met betrekking tot de toegang tot geografische data;
(2) THROUGHPUT: Een centrale coördinatie van het gedeconcentreerd adressenbeheer;
(3) THROUGHPUT: Een geodatafunctie die ingebed is in het sub-proces;
(4) THROUGHPUT: Het gebruik van gestandaardiseerde datamodellen metadata;
(5) CONTEXT: Een eerder open privacybeleid.
Andere kenmerken, zoals transactiekosten, juridische regelingen en interne eisen, konden in de Adressen-case niet sterk gerelateerd worden aan GDI-performantie. Merk echter op dat de hier gepresenteerde analyse enkel gebaseerd is op de vijf embedded cases van de Adressen-case. Drie vergelijkbare case studies worden uitgevoerd voor andere processen in de publieke sector in Vlaanderen. Het verband tussen GDI-configuratie en GDI-performantie zal verder bestudeerd worden in de andere SPATIALIST rapporten. Wellicht zal de finale, vergelijkende analyse van de vier cases samen ons in staat stellen om de mogelijke verbanden beter te begrijpen en uit te leggen. Verschillende soorten processen impliceren wellicht verschillende GDI-configuraties, waarbij mogelijk andere combinaties van variabelen een rol zullen spelen. We verwachten niet dat er één enkele, optimale GDI-configuratie te vinden zal zijn. Integendeel, wellicht is een bepaalde mate van GDI-performantie te bereiken via meerdere GDI-configuraties.
De resultaten uit voorliggend rapport hebben in eerste instantie betrekking op de rol van geodata in het adressenbeheer in de context van bevolkingsregistratie, aflevering van milieuvergunningen en economische beleidsvoering. Maar dit onderzoek heeft ook de ambitie om meer algemene conclusies te trekken. Door contrasterende GDI-configuraties in verschillende processen te onderzoeken, zullen we de mogelijke veralgemeenbaarheid van de huidige onderzoeksresultaten verder kunnen bestuderen. Nochtans houdt die keuze voor meerdere, parallelle case studies ook een beperking in. De studie presenteert enkel een momentopname, terwijl een meer longitudinale benadering, met herhaalde waarnemingen over een zekere periode, meer inzicht zou kunnen geven in de evolutie van zowel GDI-configuraties als GDI-performantie, en van de relatie tussen beide. Voor een goed begrip moet opgemerkt worden dat de onderzoeksresultaten betrekking hebben op de toestand ten tijde van de interviews in 2010. We zijn er ons van bewust dat in vrijwel alle onderzochte organisaties de toestand vandaag in zekere mate gewijzigd is.
Eens de resultaten voor de vier cases gepubliceerd zijn, zal er verder een utiliteitsrapport gepubliceerd worden, waarin we de onderzoeksresultaten zullen vertalen in meer praktische conclusies en aanbevelingen. SPATIALIST wil op die manier bijdragen aan het debat over de verdere ontwikkeling van GDI in Vlaanderen.
SAMENVATTING
EXECUTIVE SUMMARY
INTRODUCTION
PART 1: RESEARCH FRAMEWORK
1. Conceptual research model
> 1.1. Network perspective on SDI
> 1.2. The unit of analysis: the process
> 1.3. The SDI configuration
> 1.3.1. Geomatics: standards
> 1.3.2. Public management: data policy
> 1.3.3. Sociology of organisations: organisational structures
> 1.3.4. Law: regulations and agreements
> 1.3.5. Economics: financing and pricing
> 1.3.6. Integration of disciplinary factors
> 1.4. SDI performance
> 1.4.1. SDI performance in the narrow sense: access, use, sharing
> 1.4.2. SDI performance in the broad sense: contribution to process performance
> 1.5. Summary
2. Research design
> 2.1. Introduction
> 2.2. Case selection
> 2.3. Descriptions of the cases
> 2.3.1. Spatial zoning plans
> 2.3.2. Traffic accidents
> 2.3.3. Addresses
> 2.3.4. Flood maps
> 2.4. The embedded cases
> 2.5. Interviews
> 2.6. Variables
> 2.6.1. Input
> 2.6.2. Throughput
> 2.6.3. Output
> 2.6.4. Context
> 2.6.5. SDI performance variables
> 2.7. Analysis
> 2.7.1. Disciplinary analyses
> 2.7.2. Interdisciplinary analysis
> 2.8. Validity and reliability of the research design
3. Summary
PART 2: CASE STUDY ADDRESSES
1. Introduction
2. The case of addresses
3. SDI configuration
> 3.1. Introduction
> 3.2. Input
> 3.2.1. Access policy
> 3.2.2. Degree of standardisation
> 3.2.3. Legal arrangements
> 3.2.4. Transaction costs
> 3.2.5. Summary
> 3.3. Throughput
> 3.3.1. Sub-process structure
> 3.3.2. Spatial data function in the sub-process structure
> 3.3.3. Degree of standardisation
> 3.4. Output
> 3.4.1. Distribution policy
> 3.4.2. Degree of standardisation
> 3.4.3. Financial arrangement
> 3.4.4. Summary
> 3.5. Context
> 3.5.1. Organisational structure
> 3.5.2. Spatial data function in the organisational function
> 3.5.3. Internal demands
> 3.5.4. Degree of standardisation
> 3.5.5. Privacy policy
> 3.5.6. Funding model
> 3.5.7. Summary
> 3.6. Conclusion
4. SDI performance
> 4.1. Introduction
> 4.2. Access, use and sharing
> 4.2.1. Efficiency of Access
> 4.2.2. Intensity of use
> 4.2.3. Degree of sharing
> 4.3. Contribution to sub-process performance
> 4.4. Relation between SDI performance in the narrow and in the broad sense
> 4.5. Conclusion
5. Disciplinary analyses of the SDI configuration and the SDI performance
> 5.1. Introduction
> 5.2. Geomatics
> 5.2.1. SDI configuration
> 5.2.2. Relation with SDI performance
> 5.3. Public management
> 5.3.1. Configuration
> 5.3.2. Performance
> 5.4. Sociology of organisations
> 5.4.1. SDI configuration
> 5.4.2. Relation with SDI performance
> 5.5. Law
> 5.5.1. SDI configuration
> 5.5.2. Relation with SDI performance
> 5.6. Economics
> 5.6.1. SDI configuration
> 5.6.2. Relation with SDI performance
> 5.7. Conclusion
6. Interdisciplinary analysis of the SDI configuration and the SDI performance
> 6.1. Introduction
> 6.2. Towards an overall performance assessment
> 6.3. Towards an interdisciplinary approach of SDI configurations
> 6.3.1. Input
> 6.3.2. Throughput
> 6.3.3. Output
> 6.3.4. Context
> 6.3.5. Summary
> 6.4. Discussion
> 6.5. Conclusion
GENERAL CONCLUSION
List of terms
Reference list
Annex 1: List of case study interviews (+ supporting interviews)
Annex 2: Explorative interview
Annex 3: List of departments |