Spatial Data Infrastructure and Public Sector Innovation  

Rapport: Het GDI-netwerk in Vlaanderen. Een kwantitatieve verkenning van het gebruik en de uitwisseling van geodata in Vlaanderen (2009)

Crompvoets Joep, Dessers Ezra, Geudens Tessa, Janssen Katleen, Vancauwenberghe Glenn, Vandenbroucke Danny & Van hoogenbemt Matthias. 132 p.

Depotnummer: D/2009/10107/002

Voor overheden zijn geografische data en informatie altijd al cruciaal geweest. De introductie van geografische informatiesystemen (GIS) betekende een belangrijke evolutie in het omgaan met deze data en informatie. Daar waar de focus aanvankelijk lag op het individuele gebruik binnen afzonderlijke organisaties , zien we dat deze steeds meer verschuift in de richting van het samen-gebruiken en dus uitwisselen van data over verschillende organisaties heen. De voorbije jaren werden dan ook verscheidene initiatieven ondernomen om de uitwisseling van deze geografische bestanden te promoten en te optimaliseren. Naar het geheel van deze initiatieven wordt vaak verwezen met het concept ‘Geografische Data Infrastructuur’ (GDI).  Een Geografische Data Infrastructuur kan in die zin gedefinieerd worden als het geheel van technologische en niet-technologische maatregelen die worden genomen om het gebruik en de uitwisseling van geografische data te bevorderen.  

Het SPATIALIST-project wil nagaan wat de vereisten zijn voor de verdere ontwikkeling van een succesvolle Geografische Data Infrastructuur in Vlaanderen. Het multidisciplinaire karakter van het project kan gezien worden als een erkenning van de complexiteit en veelzijdigheid van een GDI. Niet alleen op technologisch vlak, maar ook op organisatorisch, economisch, juridisch en interorganisatorisch vlak zijn immers inspanningen vereist voor de ontwikkeling van een goed functionerende GDI. Het SPATIALIST-project wil bijdragen tot het in kaart brengen van deze vereisten en hoe deze gerealiseerd kunnen worden, en dit via verscheidene onderzoeksactiviteiten. Dit rapport dient gezien te worden als een samenvatting van een van deze activiteiten.
Als vertrekpunt voor andere onderzoeksactiviteiten wil het SPATIALIST-project namelijk een beschrijving maken van de actuele Geografische Data Infrastructuur in Vlaanderen. Het SPATIALIST-onderzoek gaat daarbij uit van een netwerkperspectief op Geodata Infrastructuren. Dit perspectief houdt in dat een GDI geoperationaliseerd wordt in termen van de organisaties die geodata gebruiken, produceren en/of verdelen en in termen van de stromen van geografische data tussen deze organisaties. Samen vormen zij als het ware een netwerk van geografische data-uitwisseling. De Geografische Data Infrastructuur kan dan gezien worden als het geheel van technologische en niet-technologische maatregelen dat vorm geeft aan deze uitwisseling.
De organisaties die geodata gebruiken, produceren of uitwisselen in Vlaanderen en de stromen van geografische data tussen deze organisaties vormen het centrale onderzoeksobject van dit rapport. Beide worden doorheen dit rapport bekeken door de multidisciplinaire bril van SPATIALIST. We maken hiervoor gebruik van een kwantitatieve bevraging van 222 gebruikers en producenten van geodata in Vlaanderen. De resultaten van deze bevraging worden in dit rapport uitgebreid besproken.
Het rapport is opgebouwd uit 14 hoofdstukken die als volgt zijn georganiseerd. De twee eerstvolgende hoofdstukken gaan dieper in op de aanpak van het onderzoek. Hoofdstuk 1 van dit rapport vertrekt vanuit een korte beschrijving van de (bestuurlijke) context van de huidige Geografische Data Infrastructuur in Vlaanderen. Om na te gaan wat de betekenis is van deze context voor het gebruik en de uitwisseling van geografische data in Vlaanderen, wordt vervolgens het netwerkperspectief op GDI geïntroduceerd. De methodologische uitwerking van dit perspectief wordt besproken in hoofdstuk 2. Hier gaan we na hoe het netwerkperspectief werd toegepast in onze bevraging en welke methodologische bemerkingen hierbij gemaakt kunnen worden.
De resultaten van het onderzoek worden besproken vanaf hoofdstuk 3. In de hoofdstukken 3 tot en met 7 bespreken we eerst een aantal GIS-relateerde kenmerken van de bevraagde organisaties. Hoofdstuk 8 maakt vervolgens de sprong van de organisaties binnen de GDI in Vlaanderen naar de data binnen deze GDI. In dit hoofdstuk worden uiteindelijk meer dan 800 stromen van geografische data in Vlaanderen geïdentificeerd. Die stromen worden daarna uitgebreid geanalyseerd in de hoofdstukken 9 tot en met 12. In hoofdstuk 13 wordt de huidige Geografische Data Infrastructuur in Vlaanderen geanalyseerd in termen van sterktes, zwaktes en prioriteiten. In het laatste hoofdstuk van dit rapport, hoofdstuk 14, wordt tot slot vooruitgekeken naar de verdere analyse van het GDI-netwerk in Vlaanderen.


Inleiding
1.         Het GDI-netwerk in Vlaanderen
2.         Methodologie
3.         Gebruikers versus producenten
4.         GIS-integratie in de werkprocessen
5.         Een juridisch beleid voor geodata
6.         Het belang van GIS-software
7.         Externe financiering
8.         Gebruikers versus producenten (bis)
9.         De prijs van geodata
10.       Een beperkt gebruik van geodata?
11.       Een netwerk van afhankelijkheden
12.       Een technologische blik
13.       Het GDI-netwerk in Vlaanderen: een eindoordeel
14.       Vooruitblik naar een netwerk-analyse